kopkopkopkop
Baard met jaartallen

Jubileum

We hebben dit jaar een jubileumjaar en het gaat om een 250-jarig jubileum. Als we dan terugrekenen komen we uit in 1768. Maar nu staan er op de baard van de molen twee jaartallen namelijk 1870 en 1994. Hoe zit dat dan met die 250 jaar? Om te weten te komen hoe dat zit moeten we de geschiedenis in.

Makkum, Friesland 1768
We maken eerst een uitstapje naar Friesland. Daar werd in 1768 in Makkum papiermolen “Het Springend Hert” gebouwd. Papiermolen Het Springend Hert in Makkum Inderdaad 250 jaar geleden. Zo’n papiermolen is een heel complex geheel waar uit onder andere lompen handgeschept papier werd gemaakt. Rond 1800 werkten er meer dan dertig mensen in deze molen. Maar door de opkomst van papierfabrieken liep de productie in deze molen terug. In 1819 daalde het aantal arbeiders van 31 tot 23. In 1899 werkten er nog acht personen waaronder drie kinderen. In het sterk verouderde bedrijf werd alleen nog maar zeer grof papier gemaakt en ook hiervan namen de afzetmogelijkheden snel af. Uiteindelijk werd de molen in 1905 stil gezet.
In 1910 werd de molen voor afbraak verkocht aan Sijtze Vermeulen Roelofszn. die de molen in 1911 sloopte.

Almelo 1870
Op 31 juli 1869 kocht Johan Heinrich Steffen een stukje grond van 800m2 aan de Knoopshöfte in Almelo. Hierop liet hij een molen bouwen die in 1870 in gebruik genomen werd. In 1886 kreeg hij vergunning voor een stoommachine van acht paardenkracht voor het aandrijven van de korenmolen. In 1905 werd Jeene Langevoort eigenaar van de “wind- stoomkoren- en specerijmolen”. Enkele jaren later sloeg het noodlot toe. Wat er gebeurde kunnen we lezen in het “Twentsch Zondagsblad” van 11 september 1910:

Op 2 september tegen den avond brak er brand uit in den windkorenmolen staande aan de Nieuwstraat (Zoetensteeg ) te Ambt Almelo, toebehorende aan den heer J. Langevoort. De brand ontstond doordat de knecht van L., die wou gaan billen, de kuip, een soort trechter waardoor het zaad op de steenen valt, per ongeluk liet vallen op het petroleumlampje. Dit brak en de brandende olie verspreidde zich overal heen, zoodat er aan blusschen niet te denken viel en binnen korten tijd sloegen de vlammen naar buiten. De brandende molen leverde een prachtig schouwspel op. Toen het riet begon te branden was het of de molen met honderden electrische lampjes geillumineerd was. Spoedig was echter het riet verbrand en nu sloegen de vlammen hoog op. Langen tijd boden de dikke eikenhouten balken en spanten weerstand aan het vernielende element. Een angstwekkend gezicht was het, toen ten laatste het geheele bovenstel van den molen een kwartdraai naar rechts maakte en de wieken, die reeds voor een deel verteerd waren, de as en de spanten met donderend geraas naar beneden stortten in den vuurpoel. Hoog verhieven zich de vlammen en een zee van vonken, voornamelijk bestaande uit gloeiend koren, steeg ten hemel.
Ook de aan de molen gebouwde stoomkorenmolen ging in vlammen op, benevens een schuur en een groote hoeveelheid kolen. Gelukkig, dat er bijna geen wind was, anders waren stellig de onder den wind gelegen woningen ook in brand gevlogen. Een ontzaglijke menigte was van alle kanten toegestroomd, om getuige te zijn van het grootsche schouwspel, dat de brandende molen aanbood.

Of de heer Langevoort het ook zo’n prachtig en groots schouwspel vond valt te betwijfelen. Hij zat nu zonder molen en dus zonder inkomsten. Nu bleek de stenen onderbouw van de molen nog bruikbaar, dus was alleen een houten achtkant nodig. En dit achtkant met kap en roeden vond hij in het Friese Makkum: de gesloopte papiermolen “Het Springend Hert”
De onderdelen van deze molen werden naar Almelo getransporteerd en daar weer opgebouwd op de voet van de oorspronkelijk Almelose molen. Dat ging trouwens maar net want het achtkant was iets te groot. De stijlen stonden op het uiterste randje van de stenen muren. Tijdens de restauratie in 1994 was de situatie zodanig dat molenmaker Wintels pas met herstel van de molen verder durfde nadat hij extra ondersteunende balken onder de achtkantstijlen had aangebracht zodat er geen gevaar meer bestond dat de bovenkant van de onderkant zou schuiven.

En zo staat er nu in Almelo een deel van een molen uit 1768 op een deel van een molen uit 1870. En daarom hebben we dit jaar iets te vieren.

Bovenwiel met dubbele kruisarmen en zes plooistukken, om het wiel de vang Van het inwendige van “Het Springend Hert” is het bovenwiel met vang en de koningsspil met bonkelaar meegekomen. Waar de meeste molens een bovenwiel hebben met kruisarmen en vier plooistukken is het onze een zeer zwaar uitgevoerd wiel met dubbele kruisarmen en zes plooistukken.BonkelaarOok de vang (rem) is bijzonder met de lange ijzeren verbindingsstrips langs het linker voeghout en het enorme buikstuk.
Een deel van de werktuigen voor het papier maken zijn gegaan naar de enige nog werkende windpapiermolen ter wereld “De Schoolmeester” in Westzaan.

Over twee jaar hebben we weer een jubileum; dan staat er sinds 1870, dus 150 jaar een molen aan de Nieuwstraat in Almelo.

 
 
momentje
momentje...